Blog Grijs Gekleurd


We willen de gezondheidszorg voor ouderen graag richten op de kern van de zaak. Niet alleen op de ziekte, hun klachten, of een afwijkende röntgenfoto. Nee, we willen in de geriatrie liefst pas starten met medicijnen of een operatie, wanneer onze kwetsbare patiënten er ook écht beter van worden. We willen bijdragen aan hun welzijn. Voor hetzelfde geld lopen we immers onbedoeld tegen een complicatie op en is de patiënt nog verder van huis.
Daarom stel ik bij mijn kennismaking met nieuwe patiënten altijd de vraag hoe ik zou kunnen bijdragen aan hun welzijn. Dat deed ik deze week ook bij een 75 jarige mevrouw die was verwezen in verband met haar loopstoornis en valpartijen. Ze begon te glimlachen: "Ach dokter, dat weet ik niet. Mijn man kunt u me toch niet voorschrijven." Ze was al zeven jaar weduwe en eenzamer dan ooit. Ik kon alleen maar bescheiden terug glimlachen, wetend dat het moeilijk zou worden echt iets voor haar te betekenen.
Een andere mevrouw van begin 80, die samen met haar man kwam vanwege geheugenklachten, beantwoordde dezelfde vraag anders: "Ik wil graag de diagnose weten. Nu pieker ik veel en slaap vaak niet omdat ik het niet begrijp. Is het veroudering, of is het meer?" Dit antwoord stelde mij gerust en ik verzekerde haar dat we haar zouden kunnen helpen met ons onderzoek.
Deze simpele vraag "Wat doet er voor u het meeste toe?", hoe dan ook gesteld, is vaak de moeilijkste die er is, voor de patiënt én voor de dokter. Het is als patiënt heel moeilijk om aan te geven waar je echt mee zit. Zeker als je die vraag niet verwacht, omdat je aanneemt dat die dokter toch wel weet waar hij mee aan de slag moet. Voor de dokter is de vraag ook een heel moeilijke. Soms leert hij ervan dat hij op de goede weg zit, met zijn aanpak. Maar minstens zo vaak kan de vraag alleen tot de conclusie leiden dat je eventuele medische inspanningen waarschijnlijk niet echt zullen bijdragen aan het welzijn van die, al door het leven getekende, persoon tegenover je. Ik kon die mevrouw inderdaad haar man niet teruggeven. En wat ik wel zou kunnen verbleekte daarbij. Het stemt mij vaak tot bescheidenheid en leidt tot een behandelplan dat in ieder geval geen schade geeft.
Het is dus een moeilijke, maar o zo belangrijk vraag. Die vraag naar iemands fundamentele doelen. Probeer ze uw dokter te vertellen. Ook als hij er niet naar vraagt, omdat het hem te moeilijk is.

 

Vriendelijke groeten,

Marcel Olde Rikkert

 

PS Wekelijks volgt hier een column over mijn belevenissen in de ouderenzorg