Blog Grijs Gekleurd

Wat is er met het feestje van het dokteren gebeurd?

 

Het is vrijdagmiddag. De dienst begint en we hebben op onze verpleegafdeling geriatrie een aantal hoogst besmettelijke mensen met een virale maagdarm-ontsteking in contact isolatie. Vrijdagavond nemen we nog twee dames van in de tachtig op met een kleine beroerte.
De zaterdag begint rustig. Maar dan worden we gebeld door de ambulancedienst die overweegt een ons bekende 80 jarige mevrouw met een dementie in te sturen. Ze is nog maar net bij ons ontslagen vanwege een ander probleem. Nu heeft ze last gekregen van overgeven en diarree… en 112 gebeld.  We staan in de actiestand. De ambulancebroeder vertelt het verhaal en geeft door dat ze medisch stabiel is en niet erg ziek oogt. De huisdokter heeft echter nog niet meegekeken. Om een ongewenste ziekenhuisopname te voorkomen stel ik voor om toch nog even de dienstdoende huisartsenpost te raadplegen.  De huisarts komt tot de conclusie dat er een crisis is vanwege ontoereikende zorg thuis. Hij neemt meteen contact op met de specialist ouderengeneeskunde die dienst heeft voor de crisisbedden 
in het verpleeghuis. Ze komen een opname op een crisisbed in het verpleeghuis overeen. De spoedketen voor kwetsbare ouderen lijkt uiterst vlot te functioneren…..
Twee uur later word ik echter gebeld op de ‘geriafoon’. Dat is niet een heel oude telefoon, maar het mobieltje, waarmee we zeven keer 24 uur bereikbaar zijn. De collega ouderengeneeskunde wil de patiënte alsnog naar de spoedeisende hulp sturen omdat ze heeft gehoord dat het probleem mogelijk een virale gastro-enteritis is. Maar de ambulance staat al op de parkeerplaats van het verpleeghuis, recht voor het crisisbed. De collega, die nog thuis is, wil om tijdverlies te voorkomen de niet zelf beoordelen. “De ambulancebroeder vindt dat ze ziek is en dan is het toch nodeloos oponthoud voor de patiënt dat ik haar nog zie. Ik stuur haar veel liever meteen naar jullie toe.” “Maar hoe ziek is ze dan?” vroeg ik. “Onze collega huisarts gaf geen alarmsignalen af.” We raken in debat. De collega is het niet met mijn stelling eens dat je als arts zelf eerst je patiënt moet zien en beoordelen, voordat je weer doorverwijst.
 
Om een lang verhaal kort te houden. Uiteindelijke gaat mijn collega alsnog akkoord om de patiënte zelf te zien en zal me daarna terugbellen. Sportief meldt hij een uur later dat de patiënte toch niet zo ziek was. Ze had geen koorts en bloeddruk en pols waren goed. Tijdens het onderzoek hoefde ze niet over te geven. Dus… ziekenhuis opname is niet noodzakelijk. Ik complimenteer hem voor deze actie. “Ik heb het hele weekend nog dienst” besluit ik. “Als ze alsnog zieker wordt, is ze zeker welkom”.  Dat bleek verderop in het weekend niet nodig.

 

Het duurde even voor ik bekomen was van de verrassing. Een arts die zonder zijn patiënt te onderzoeken overtuigd is dat linea recta naar het ziekenhuis het beste is voor een kwetsbare oude mevrouw. Hoe kon dat? Is het dan niet bekend dat 30 procent van de kwetsbare oudere mensen  slechter functionerend het ziekenhuis uitkomt dan bij opname? Dat het een gevaarlijke omgeving is  als je zo kwetsbaar als porselein bent?
De arts in opleiding met wie ik dienst deed stond klaar om er voor te gaan. Leuk! Een door een virale infectie uitgedroogde patiënt. Die kunnen we helpen. Waarom greep mijn collega echter pas na lang aandringen de kans het verschil te maken? Ik bleef met onbeantwoorde vragen zitten. Wat is er met onze professionaliteit gebeurd, dat het vanzelfsprekende zoveel drempels kent?

 

Vriendelijke groeten,

Marcel Olde Rikkert

 

PS Wekelijks volgt hier een column over mijn belevenissen in de zorg